Een opsporingsonderzoek bestaat uit een tactisch en een technisch gedeelte. Het tactisch onderzoek bestaat o.a. uit het horen van getuigen, het afluisteren van telefoons en het volgen (observeren) van verdachten.>
In het technisch onderzoek draait het om het verzamelen van sporen. Bijvoorbeeld op de ‘plaats delict’ van een moord. Dan kun je denken aan bloedsporen ten behoeve van DNA, maar ook aan het technisch onderzoeken van een computer.
De methoden worden uitgevoerd door de politie, maar altijd in overleg met, en onder het gezag van de officier van justitie. In de meeste gevallen moet de officier van justitie een schriftelijk bevel daartoe geven of het aanvragen bij de rechter-commissaris.