Bij de bestrijding van georganiseerde misdaad op internationaal niveau werken meerdere landen samen. Het Landelijk Parket is gespecialiseerd in de aanpak van georganiseerde misdaad. Hiermee staat het in de internationale justitiële samenwerking op een knooppunt van informatiestromen.
Het parket biedt juridische ondersteuning in de uitvoering van rechtshulpverzoeken. Via het Landelijk internationaal rechtshulpcentrum (LIRC) wordt rechtstreeks informatie uitgewisseld met het buitenland.Het rechtshulpverkeer verloopt langs verschillende kanalen.
Via Interpol, Europol, het Schengen-informatiesysteem (SIS), buitenlandse liaison officers en omgekeerd Nederlandse liaisons in het buitenland komen verzoeken om informatie en bewijs in strafrechtelijke onderzoeken binnen. De uitwisseling van informatie valt onder het gezag van het Openbaar Ministerie.
De Europese samenwerking heeft in 2002 verder inhoud gekregen met Eurojust. Deze eenheid moet in gevallen van internationaal georganiseerde misdaad de opsporing en vervolging vergemakkelijken. Eurojust vervolgt niet zelf zaken, maar zet deze uit bij de bevoegde nationale autoriteiten in verschillende landen. Hierdoor wordt voorkomen dat grensoverschrijdende misdaad niet wordt bestreden of dat er onnodige doublures ontstaan.
Onderzoeken kunnen ook worden verricht door Joint Investigation Teams (JIT): opsporingsteams met rechercheurs uit verschillende landen van de Europese Unie.
Eurojust telt 27 nationale leden, één uit elk EU-land. Zij worden overeenkomstig hun respectieve rechtsstelsels gedetacheerd en zijn permanent gevestigd in Den Haag. Deze nationale leden zijn hogere en ervaren officieren van justitie/parketmagistraten, rechters en politiefunctionarissen met gelijkwaardige bevoegdheden.
Sommige nationale vertegenwoordigers worden bijgestaan door plaatsvervangers, assistenten of gedetacheerde nationale deskundigen.