![]()
We kregen een jaar de tijd. Niet meer. Hennepteelt, zo vindt de politiek, valt allang niet meer in de misdaadcategorie ‘lichte zaken’.
De hennepbranche trekt een raar soort mensen aan. En daarmee criminele activiteiten die de laatste jaren fors uit de hand lopen. Eerst was het alleen nog maar illegaal stroom aftappen, de laatste jaren zijn daar witwaspraktijken en brute moorden bijgekomen.
Het was mijn taak, als officier van justitie gespecialiseerd in ‘hennepteelt’, om aan te tonen dat de zogenaamde growshops zich bezighielden met zware criminaliteit. Maar ook wat de verdiensten zijn van deze bedrijfjes die de laatste jaren als paddenstoelen uit de grond schieten. Voor de goede orde: growshops zijn voor de wet gewone winkels waar je spullen kunt kopen om planten te kweken en dus legaal.
Het liep tegen zessen. De meeste mensen van het parket waren al weg. Ik vind het prettig om in de rust van de avond dossiers door te nemen. Voor mij lag dat van F. die we sinds enkele weken observeerden. Er waren geen bijzondere dingen uit voortgekomen. F. in zijn winkels, F. die zijn auto voltankt, F. die rond zevenen zijn huis binnenloopt, F. drie keer per week in de sportschool, F. iedere vrijdagavond aan het stappen... F. was een man van de regelmaat. Het enige dat steeds veranderde, waren de vrouwen om hem heen. Waar ze vandaan kwamen, was niet duidelijk. Prostituees leken het niet. Knap waren ze wel. Niet verwonderlijk, want F. zelf was geen onaantrekkelijke man. Gebruinde huid, getraind lichaam en succesvolle uitstraling. Het was dus duidelijk dat F. hield van vrouwelijk schoon. F. was een ‘vrouwenman’. Dit zou ons later goed van pas komen.
F. was eigenaar van een growshop. Een van de vijftien growshops
die volgens onze informanten de basis zou kunnen vormen van een criminele organisatie. F. had een opmerkelijke achtergrond. Na jaren knakworstjes in blikjes te hebben gestopt bij een vleesfabriek, besloot hij tot het openen van een eigen growshop. Niet zonder succes, want zijn onderneming groeide stevig door. F. had onlangs zijn derde shop geopend. Bovendien reed hij in het duurste type BMW en bleek daarnaast regelmatig in het buitenland te verkeren. Al met al niet gek voor iemand die in lampen, zaadjes en mest handelt. De growshop van F. zou ons examenstuk worden.
Zoals gezegd, hadden we maar verdraaid weinig tijd. Voor het aantonen van illegale praktijken moest bewijs worden verzameld. Handelde F. op grote schaal in hennep? En zo ja, op welke wijze deed hij dit? Zonder geweld, met geweld? Wat deed hij vervolgens met het geld? Als hij geld zou witwassen, konden we hem dan nog ‘plukken’? Dit moesten we eerst in kaart brengen voordat we tot werkelijke actie konden overgaan. Dat vraagt om geduld. Veel geduld. Ik moest net zolang wachten totdat F. een fout zou maken. Als hij al een fout zou maken, want F. leek me, gezien het succes van zijn onderneming, geen domme jongen. Ik moest hem dus een handje helpen.